juni 2007


Staats(her)vorming is momenteel een populair thema. Diverse partijen denken naargelang hun voordeel aan het behoed en/of vormen van grote eenheden of men ziet meer voordeel in kleinere eenheden. Maar beide zijn niet verder geevolueerd dan een staatsvorming van een primitief paaldorp aan het begin van onze samenleving. Of zelfs nog minder vervallen tot nog minder samenleven en vooral veel haat, angst en onderdrukking.

Wat is in die moeraspoel nu de samenleving en waarom zijn er die diverse varianten met zoveel problemen?

De eerste vraag is wat bezielt de mens nu om in zulke woestenij en vreemde situatie te gaan leven? Het antwoord is angst en honger door uitputting van de omgeving. Het lijkt vreemd in dat paaldorp maar de natuurlijk biotoop van mensen zijn vlakten en gezellige boomgaarden. Maar de mens heeft de vreemde eigenschap om die steeds weer kaal te vreten. Hij is immers een wezen dat het ongeluk heeft om in staat te zijn om alles te oogsten wat hij maar wilt. Een ongeluk omdat deze wil oncontroleerbaar wordt en destructie voor de hele planeet wordt. Die destructie maakt dat de mens ondanks zijn quasi onbeperkte mogelijkheden toch steeds chronische honger kent.

Zowel die voedselzucht maar ook de al genoemde basismogelijkheden zorgen ook voor de tweede factor, de enorme angst van de mens voor de andere zichzelf. Een angst die geregeld tot paranoia vervalt en soorten mensen als psychopaten, verkrachters en politici aanvaardbaar tot nodig maakt.

Het paaldorp is het grootste succesverhaal van de mens geworden omdat ze een oplossing bood voor deze problemen. Enerzijds bied een moeras nog voldoende zij het beperkt voldoende voedsel. Het maakt handel en reizen mogelijk. En tegelijkertijd beperkt het door zijn constructie en moeilijke situatie de ontsporing van de mens. Een tweede voordeel is dat het een gevoel van veiligheid schept en de eigen angst vervaagt door angst om in het moeras te vallen, ziektes die erbij horen enz.

De staatsstructuur die erbij hoort is een typisch samenwerkingsverband. De voortplanting van de soort is onbelangrijker wat eerst komt is het technisch en materieel onderhoud van de palen. Een typische mannenmaatschappij van kracht en obsessie dus. De organisatie van dit geheel is in zijn primitieve vorm een familie samenwerking van gelijken. Egos verzuipen in het moeras, men heeft elkaar en vooral de produktieve paalbinders nodig. Beslissingen worden in overleg en volledige overeenstemming genomen, het is immers dodelijk als iemand een touw averechts zou binden.

Maar dan slaat die menselijke onbeperktheid toe, men dempt het moeras.

De eerste staatshervorming wordt ingezet. Het gaat niet om een beter gebruik van land, honger is er al lang niet meer. Maar de angstziekte duikt weer op. De redding ligt bij de topjager, top bestrijder van de wilde dieren die verdrinken in het moeras en er begraven liggen. Deze overwinaar en heerser van de dood, gaat verlossing geven van alle angsten en het moeras volledig doen verdwijnen. De eerste dictator is geboren. De eerste staathervorming is een catastrofe van pijn en ellende geworden.

De roep voor de tweede staatshervorming begint dus te klinken. Natuurlijk met heel tegenstrijdige visies, vetes en messengetrek. Sommige opteren voor een betere jager op groter of kleiner wild, andere willen een gedeelde staat. Een jager deugt niet, zeker niet als die, zoals jagers en vissers nogal eens doen, in zijn latijn de zaken heeft belogen. Laat toch de wildschotel bepalen en ieder voor zich een potje koken. Iedereen gelijk winnen van eigenbelang en niets voor en andere moeten doen. De eerste liberaal is opgevreten. De tweede staatshervorming is een bloedbad van strijd en uitbuiting geworden.

Een derde staatshervorming komt op de proppen, de ideologie wordt ingevoerd. De ellende is dat de mens kan denken, stopt daar dus mee en volgt het grote voorbeeld van de totem. Het bestuur zal wel denken maar niet te veel en alles wordt een geur van beer. Voor wie moeilijk doet steunen we het met drogredenen als geheime stemmen, de alwetende toverknol of andere orakels die het steeds weten zonder denken. De derde staatshervorming is een waanzin van moord en brand geworden.

En zo gaat men wel even door met hervormen, men dempt nog wat meer moeras tussen 2 hervormers door en zucht en vloekt onder de volgende. soms dromt men terug van dat stamverband om dan snel weer te ijveren voor minder moeras.

Ondanks de enorme complexiteit van dit gebeuren is er geen fundamentele andere staat gevormd dan dat paaldorp. De mens zoekt nog steeds naar een paal om op te kruipen zodat hij niet bang hoe te zijn van dat vreselijke wezen daar op de vlakte en achter die boom, zichzelf. Het moeras is gedumpt, overbrugt en gedigitaliseerd maar daar werd de staat niet gevormd. Die werd gevormd door en vooral tegen mensen.

De werkelijke nodige staatshervorming is een verandering van dat moerasidee. We hebben dat moeras gedumpd, de bomen waar we ons achter verstoppen zijn geveld, de vlakte dooradert met schuilplaatsen tegen de regen. En toch blijven we een staat vormen van wantrouwen, haat en angst. De transfers naar ellende zijn toch niet meer te becijferen. De misbruiken overtreffen de sterren. De slachtoffers talrijker dan in het moeras. Waar blijft die hervorming naar verbanden, medemenselijkheid en dat o zo vervloekte idee van dat alle mensen zusters zijn.

Als men de media en politiek tegenwoordig volgt moet de sluier wel het meest vervaarlijke wapen dat er ooit is uitgevonden zijn. Kilo’s Atoomsplitsing raken onze koude kleren niet eens maar een stukje stof van een vierkante meter, amper iets wegend doet ons bibberen en zweten tegelijkertijd. Als het zo vervaarlijk is het heel belangrijk om dat wapen te beheersen. Wie een atoombom heeft is een lastpost op het wereldtoneel, maar wie de hoofddoek zou beheersen verkrijgt de wereldheerschappij.

Men kan natuurlijk heel pacifistisch reageren en het wapen afkeuren. Met alle respect voor die drang naar vrede, is dat toch iets dat onrealistisch is en schadelijk. We leven nu eenmaal in een wereld die is zoals hij is en dat is een plaats waar men doodt en gedood wordt. We moeten dat zeker niet ongebreideld ondersteunen en nog minder dat tot waanzin laten verworden. Maar die werkelijkheid ontkennen neemt ze niet weg maar laat ze een nachtmerrie worden.

Het hoeft zeker geen betoog dat het wapen misbruiken of ermee onderdrukken helemaal geen optie is. Het doel is de mens mens te laten zijn niet haar op enige manier te verkrachten. Niet door haar te vergoddelijken maar zeker niet door haar te beschadigen.

De eerste vraag die dan moet beantwoord worden is wat is dat wapen nu eigenlijk, wat is er zo vervaarlijk aan dat lapje stof? Er is veel rond geroepen, nog meer gekrijst maar wat is er nu zo angstwekkend aan? Het gaat in de eerste plaats duidelijk over iets dat mannen bang maakt. Nu zijn we niet gauw bang, ok nu wel iets meer dan vroeger, maar toch niet van een stukje stof. En toch is dat wat een echte angstpsychose veroorzaakt waar een bomaanslag niet eens aan kan tippen.

Om die angst te verklaren kunnen we terug gaan naar de Franse revolutie. Op een litertje bloed werd toen niet gekeken, je kop verliezen was toen heel letterlijk en heel normaal. Maar als we er aan denken krijgen we een beeld zoals Delacroix schildert van de vrijheid die het volk leide. Gruwelen tot en met maar niemand die daar van bang is, 1 ding staat er op dat ons doodsbang maakt, Delacroix noemde dat de vrijheid.

We kunnen daar nu heel filosofisch over gaan doen, en ons afvragen wat vrijheid nu is. Maar laat dat maar even, het beeld verteld ons iets anders. Hoe het ook noemt, we zijn bang van die vrouw en was ze draagt. Het is zeker geen moslima maar ze draagt wel een doek op haar hoofd en het is ook weeral stof dat ons zo beklemt.

Zet daar nu een man en niemand wilt nog vrij zijn. Het ideaal dat ermee verbonden is wel vrijheid, broederlijkheid en gelijkheid. Maar al op die barricade haken we af. Vrijheid zeker, maar wie daar een broeder ziet moet wel een slag van een molen hebben gehad, en de man die zich daar gelijk aan denkt te zijn heeft de hele molen op zich gehad. Er is niets mis met dat ideaal maar er is nu eenmaal een hoofddoek waar het niet tegen op kan.

Het is ongelijk, dat gaan we zeker niet ontkennen, maar wie zou dat nu anders willen. Het is geen broeder maar zelfs een homo wilt dat niet. De oorzaak ligt al heel biologisch, wat daar staat is nu eenmaal de menselijke helft die de mens schept, baart en opvoedt. Hoe graag we dat als man ook zouden willen evenaren, het is nogal moeilijk en onmogelijk. En hier komt die stof ten tonele, we kunnen en dienen dat te omhullen met zowel bescherming als verfraaiing. Wie dat niet doet verraad gewoonweg de mens zelf.

Die biologische nood zet zich verder in de hele sociologische ontwikkeling van vrouw zijn. De betekenis van een vrouw wordt afgewogen aan de stof die er rondhangt. Een deel is dat natuurlijk seksisme maar als het enkel dat was dan gaven we toch de voorkeur aan zoiets als monokini. Maar het gaat verder Het is niet die blote borst die ons imponeert maar juist het contrast van wat bedekt is. Her geheel van stof geeft ons, en ja dat slaat op zowel mannen als vrouwen, een gevoel van bescherming tot zelf ongenaakbaar en onkwetsbaar zijn.

En dat gevoel hebben we nodig, de wereld is een angstige plaats, niet enkel op die barricade maar ook nu en hier of zelfs nog meer. En dan hebben we nood aan iets dat die angst wegneemt. Het is geen absolute dictator, we zien er zelfs heel onze vrijheid in, maar het is machtiger dan alle legers bij elkaar.

Voor mannen ligt dat wel anders, we kunnen hooguit eens ons geslacht rond onze nek binden en ermee pronken. Maar echt denderend ziet dat er niet uit. We kunnen beter pochen met een sigaar, onze auto of onklopbaar onze vrouw. En hier wringt juist het kleedje, we kunnen als man niet gelijk worden aan een vrouw dat zou gewoonweg belachelijk zijn. Maar we kunnen wel haar glorie weghalen en haar op ons laten lijken. We kunnen ze zelf iets rond de nek laten hangen dat op ons geslacht lijkt. Maar probleem is dat wij,mannen, dan niet minder angstig worden en nog minder dat een vrouw haarzelf recht kan aandoen.

In de huidige geld-verheerlijking is er geen plaats voor een betere godin dan onze Baal van goud. In de aanbidding van het geld is er geen plaats voor priesteressen, een hoer kan zelfs niet dat is al teveel oneerlijke concurrentie. En een gesluierde vrouw is een gevaarlijke bedreiging dan Bin Laden. En dan heb je natuurlijk die vrouw op die barricade maar die is te gruwelijk om aan te denken laten we maar houden bij sluiers dan ontzien we onszelf nog een beetje.

Maar hoe beperkt gekleed ze ook zal zijn die sluier maakt dan een eenvoudige vrouw meer macht heeft dan een koning of president en al zijn geweld.

We kunnen nu dus kiezen we kiezen voor de dictatuur van macht en geld of voor een sluier of iets anders dat te gruwelijk is om aan te denken.

De vrijgheid die het volk leidt, Eugène Delacroix: