maart 2007


Wie is een extremist? Hoe gevaarlijk is dat? En kan men extremist in niets zijn of is men dat altijd? Zulke vragen stelt men zich geregeld, al of niet in uitgesproken vorm. Om deze te kunnen beantwoorden is het nodig dat men extremisme herkent en kan omschrijven welke methodes dit gebruikt.

Volgens Van Daele is iemand die uiterste nastreeft een extremist. Nu deden Eddy Merkx, Moeder Thersia, Mutatulli en vele anderen dat zeker en toch worden die hier niet bedoelt. Juister zou de term negatieve extremist zijn die men dan zonder het negatieve erbij gebruikt. De definitie is dan iemand die uitersten in het negatief zijn nastreeft.

Qua woorden lijkt het gelijk maar er is een wereld van verschil. Waar er niets tegen is om extreem van mensen te houden, extreem sport te beoefenen of wat ook men als onbeperkt menselijk doel extreem na streeft. Het positieve heeft immers geen bovengrens. Extremiteiten van positieve aard worden gekenmerkt doordat er geen absolute lijn te trekken is die extreem is. Het is even subjectief als warmte, is 57C extreem warm, of 100°C of 1500°C of 6.000°C of 15 miljoen *C of …

Een positieve extremist is dus een subjectief begrip. Het vertrekt vanuit een bepaalde positie en kijkt naar anderen die hoger vliegen en dromen van de sterren. De oneindigheid is de grens en hoe extreem kan die zijn?Hoe extreem kon Romeo van Julia houden? Dood en nog eens dood en dan ging hun liefde nog verder.

Maar hoe zit het nu met die negatieve extremist? Die kan men ook subjectief beschouwen. Als een sportkampioen kijkt naar een doorsnee huisvader zal die laatste wel negatief extremist zijn qua niets doen. Het kenmerk van negatief extremisme is dus vooral wat men afwijst, niet doet en dergelijke. In verhouding met veel is weinig natuurlijk minder. Maar het niets zijn kan ook meer absoluut omschreven worden. Nul is een te omschrijven begrip. Mensen doden of anderszins elimineren is een vaststaande en absolute grens. Men kan niet meer dan zes miljard mensen doden, meer negatief extremer kan men niet zijn. En zelfs dat is niet haalbaar zo men eerder stop bij een handvol doden.

Het afwijzen van anderen is de meest typische uiting van negatief extremisme. Maar hier bots elke extremist op beperkingen. Of men nu extremist is uit religieuze, sociale of politiek motieven, men komt in een positie dat men niets meer rond zich heeft dat men kan afwijzen. Nog meer dood en vernieling is dan zelfmoord. Sommige nemen die stap maar dan is het gedaan met extremist zijn.

Een ander mogelijkheid als men niet dood wilt is de slachtoffer-serenade. De buitenwereld van de extremist is opgedroogd maar hij kan wel lofliederen gaan zingen over wat in het huis van wie hem zou moeten aanbidden woont. Dat is dan een schijn van positief zijn maar in werkelijkheid een negatieve parasitisme.

De slachtoffer-serenade gaat over hoe mooi en liefelijk de aanbedene is maar zit vol valse noten over de arme negatieve extremist die door niemand graag wordt gezien.

Julia, hoe kan je nu zo wreed zijn om niet van Tybalt te houden. Hij was eigen bloed, hij vocht voor haar eer en hij beveiligde de balzaal. En de smerige Romeo kwam tussenbeide als de manhaftige Tybalt de grote angst aanviel. O Julia, zag je dan niet hoe je van hem moest houden.

Het is geen groot literair werk, met Romeo en Julia weet je dat je moet huilen, maar met die slachtoffer-serenade twijfelt je eerder of het lachen, huilen of wat ook moet zijn. Het verschil zit hem niet in je eigen hard of zachtheid maar in het onbestemd zijn van de slachtoffer-serenade. Er zit een zweem van mede-lijden in maar die is zo fake en lijdt tot niets dat het irreëel wordt. Wat vooral doorklinkt is dat het niets zijn wordt verheerlijk, niet Julia is dan mooi en nog minder de liefde. Wat extreem wordt verheerlijkt is de haat en het niets nastreven en stoute Julia houdt niet van niets. Over niets is niets meer te vertellen maar men kan nog wel zingen over hoe Julia niet van arme Tybalt houdt.

Samenvattend zijn er dus 2 kenmerken voor negatief extremisme, Enerzijds het extreem nastreven van nul situaties. Men wilt dat er niets blijft leven, niets mag en niets getolereerd wordt. Maar anderzijds wordt het niets zijn gevuld met zelfmedelijden en zelfbeklag gekoppeld aan zelfverheerlijking.

In de nacht van het niets zijn, galmt het van de slachtoffer-serenades. Niemand ziet die arme strijder voor het niets graag, zelfs hijzelf niet. O dochters van de vaderen waar is je mededogen met die arme man?

Het is zowat het enige taboe dat in onze samenleving nog overeind staat. Als broer en zus mag je niet van elkaar houden. Er zijn biologische en sociale argumenten qua diversiteit voor. Zo zullen er ook wel argumenten zijn om zwaarlijvigen te elimineren, politiekers naar de zon te sturen en zieken te castreren. Waanzin, maar zelfs qua waanzin hebben we geen taboe meer.

Wat is er dan zo vreselijk aan incest dat dat wel standhoudt?

Er is iets meer mee aan de hand dan het pure seksuele aspect. Met wie en hoe je seks bedrijft is enkel bij fanatici nog een probleem. En zelfs of zeker die zouden heel hoge stemmen krijgen als er castratie op stond.

Het gaat dus over de intermenselijke relaties die men met zaken als graag zien, waarderen, beminnen enz omschrijft Zaken zoals menselijkheid, broederlijkheid, liefde of hoe men het ook noemt, die een oneindig aantal gradaties kennen. Er is geen beperking tot hoever men menselijk kan zijn. Er is geen bovengrens op hoeveel men kan houden van elkaar. Dat erkennen zal voor niemand echt een probleem zijn.

Maar wat men wel steeds weer probeert is een minimum van menselijk zijn op te leggen. Mag er zeker zijn daaronder zou men niet eens moeten willen komen. maar dat minimum verheft men dan wel tot regel. Om het eenvoudig te houden kunnen we het beleefdheid noemen. (het is complexer dan dat, maar het is wel de kern) Wees beleefd en alles is in orde.

Tot hier ziet men waarschijnlijk wel geen probleem. Maar er is een klein probleempje, zestig jaar geleden hebben we als complete mensheid een wet aangenomen die we als hoogste ideaal beschouwen, de rechten van de Mens. En waar begint die mee:
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich tegenover elkander in een geest van broederschap te gedragen.
Geen nieuw iets de Franse revolutie kende het al en het is al ouder dan de straat.

Maar welke mens kan het nu met zijn geweten laten overeenstemmen om beleefd te zijn tegen zijn broer of zus? Soms wil je die wel doodslaan, maar beleefd tegen zijn ???

We zitten dus met een enorme tegenstrijdigheid die we blind willen negeren. We willen beleefd zijn terwijl alles in ons zegt om het niet te zijn. Een tegenstrijdigheid die we betoneren in ons taboe, broer en zus mag elkaar niet liefhebben. Wat we willen zeggen is dat ze niet beleefd tegen elkaar mogen zijn. Niet dat ze elkaar de kop in moeten slaan maar de norm is gewoonweg te klein om nog te gelden.

Maar het gaat verder dan dat taboe. Nu kunnen we niet meer beleefd zijn omdat we die universele broeder/zuster beginnen door te krijgen. Dat beleefd zijn wringt steeds meer. Want wat men vooral tegenkomt is dat men broeder is. We hebben geen wet om beleefd zijn te vervangen, die kan niet bestaan. Maar we krijgen door dat met beleefd zijn we onmensen zijn. Men kan dan depressief, ontmoedigd of zo worden en maar berusten bij onmens te zijn. Desnoods slaan we onze broer maar dood of verkopen we onze zuster.

Maar dat is natuurlijk waanzin en bedreigend voor ons voortplantingsvermogen zo dat er niet veel meer over schiet dan dat we onze laatste taboe gaan opblazen. We hebben geen nood aan een paar matrassen meer maar wel nood aan het doorbreken van die beleefdheidsmuur. Het is terecht verboden om beleefd tegen je broer/zuster te zijn er bestaat geen onmenselijker iets dan ze niet te omhelzen.